PLAATS

  • BE | O-VL | DRONGEN

PROGRAMMA

  • kantoor

OPDRACHTGEVER

  • BOSTOEN GROUP NV

OPDRACHT DENC!-STUDIO

  • i.s.m. BLAF | STUDIO BASTA | SEC

STATUS

  • finalist kandidatuur/architectuurwedstrijd

NIEUW TIJDPERK ZOEKT ARCHITECT

In 2011 werden de kantoren van het familiebedrijf BOSTOEN volledig verwoest bij een zware brand.
Na een bezinningsperiode werd een loods vrij gemaakt ter omvorming tot kantoorruimte met showroom en werd een architectuurwedstrijd uitgeschreven met als titel “Nieuw tijdperk zoekt architect”.

De opdrachtgever zocht naar een ontwerp:

  • waar de (interieur)architectuur in functie staat van de werknemer en bezoeker; met een toonaangevende en originele kijk op werken, ontspannen en ontvangen. De sfeer en infrastructuur moesten de prestaties kunnen bevorderen en zorgen voor een omgeving waarin men graag verblijft en zich verbonden voelt met het bedrijf;
  • dat de toekomst voorbij is en zo een voorbeeldfunctie vormt;
  • dat de missie en waarden van Bostoen in beeld zet;
  • waar de akoestiek van een uitstekend niveau is;
  • dat het duurzaam en ecologisch imago aanvult waar Bostoen voor staat. Er diende gestreefd naar een gebouw met een E-peil lager of gelijk aan nul; gecertificeerd passief;
  • dat rekening houdt met de bestaande toestand, stedelijke context en locatie gebonden voorschriften. Het project dient, ondermeer door haar architecturale uitstraling, een voortrekkersrol te spelen in de buurt en ruim daar buiten.

UITGANGSPUNT IN VRAAG GESTELD

DENC!-STUDIO, BLAF, STUDIO BASTA en SEC verenigden hun krachten ter kandidatuurstelling.

Reeds bij een eerste context-analyse stelden we vast dat het vooropgestelde programma & ambitieniveau behoorlijk ver verwijderd lagen van de intrinsieke eigenschappen en kwaliteiten van de bestaande loods. De loods was zo wat de tegenpool van de vraag; een loods is zowat alles wat een duurzaam kantoorgebouw niet is en omgekeerd.

Organisatie op het terrein

Het integreren van de kantoorfuncties in een operationele loods zal op het terrein gemengde circulatiestromen veroorzaken van bezoekers, werknemers en leveranciers.
De vraag is of deze vermenging een interessante frictie, dan wel ongewenste conflicten zal opleveren. Het kan niet de bedoeling zijn dat bezoekers hinder veroorzaken t.a.v. de bedrijfsactiviteiten, of dat er onveilige situaties ontstaan door menging van bezoekers- en vrachtverkeer.

Bouwkundig & budgettair

Bouwkundig is de bestaande loods in goede staat. Ze is recent, degelijk gebouwd en vraagt eigenlijk geen wezenlijke ingrepen om nog een zeer lange tijd als dusdanig operationeel te kunnen blijven.
De beoogde reconversie (met stevige ambities inzake licht, zicht, isolatiegraad, akoestiek, extrovert-representatief karakter enz…) daarentegen kan niet anders dan gepaard gaan met significant sloopwerk van nog perfect intacte bouwmaterialen, wat bezwaarlijk een duurzaam verantwoorde ingreep kan worden genoemd.
Ook vanuit financieel oogpunt zouden heel wat middelen worden geïnvesteerd in de herwerking van wat eigenlijk nog goed is. Als we ook de minwaarde durven verrekenen (het verlies van de functionaliteit als loods/werkplaats) valt de balans in het nadeel van een reconversie.

Comfort en welzijn van de werknemers

De integratie van het kantoorgebouw in een (nog deels) operationele blijvende loods (~ productie betonbalken, garage,…) legt naar onze mening nodeloos bijkomende druk op het comfort van de werknemers.
Het ontwerp zal in grote mate afhankelijk zijn van “kunstgrepen” die moeten zorgen voor voldoende daglichttoetreding, het opvangen van trillingen en het bufferen van lawaai.
Zoals eerder aangehaald zijn zo’n kunstgrepen bovendien slechts zelden verantwoord op het vlak van kostenbeheersing.
Naast de comforteisen m.b.t. toegankelijkheid, licht, lucht, akoestiek, en ergonomie hechten integrale duurzaamheidsmeters als BREEAM en de Duurzaamheidsmeter Gent ook belang aan kwalitatieve uitzichten vanop de werkplek, bij voorkeur op een groene omgeving.

Energieprestatie-ambities

Als doorgewinterde ontwerpers van de passiefstandaard, kunnen we de stelling “alles kan passief” bevestigen, maar niet zonder daarbij de vraag te stellen “tegen welke prijs?”. Als ontwerpteam engageren we ons in het onderzoek naar een efficiënte balans tussen passiefbouw en betaalbaarheid.
Onze ervaring met passiefbouw leert ons dat een economisch en energetisch optimum het makkelijkst kan bereikt worden in bouwsituaties waarbij alle parameters gekend en beheersbaar zijn. Wanneer we spreken over voetafdruk, compactheid, thermische capaciteit, zonnewinsten, free-cooling, koudebrugbeheersing en dergelijke als ontwerpparameters binnen een reconversiescenario, dan wordt al snel duidelijk dat de kans op complicaties groter wordt.

Identiteit(en)

We detecteren een duidelijke tweeledigheid in het bestaande projectgebied: een “hard” deel (bouwbedrijf) en een “zacht” deel (groene zone). Beide zijn heel verschillend maar hebben ontegensprekelijke kwaliteiten. Het naast elkaar bestaan van beide vormt hun identiteit, hetgeen we kunnen benoemen als een kwaliteit. Het verder uitbouwen van deze identiteiten lijkt ons met andere woorden een valabeler strategie dan ze te negeren door ze één te maken.
De vraag is bijgevolg of het nieuwe programma (kantoren en commerciële functies) kan bijdragen tot het verder uitbouwen van één van deze beide identiteiten, en zo ja welke? Een groot deel van het antwoord ligt in de identiteit van het bedrijf Bostoen zelf, dat met het concept van de “natuurbuurten” een nieuw elan lanceert.

Uitbreidingsmogelijkheden

Het bestemmen van de groene open ruimte als uitbreidingszone voor meer utilitaire gebouwen lijkt ons met andere woorden geen optie. Dit impliceert wel dat er binnen de huidige bebouwde zone nog voldoende uitbreidingsmogelijkheden moeten zijn. Daarom vinden we het niet opportuun om de flexibiliteit op lange termijn van één van de loodsen te hypothekeren door er een kantoorgebouw in onder te brengen.

“OUT OF THE BOX” i.p.v. “A BOX IN THE BOX”.

Zeker als je na grondige analyse de mening bent toebedeeld dat het beter, efficiënter en/of duurzamer kan, moet je als ontwerpteam een positief kritische houding durven innemen t.a.v. de vraagstelling.
In een wedstrijdcontext houdt dit risico’s in; zowel de opdrachtgever als concullega’s kunnen alsdan immers een non-conformiteit t.a.v. het bestek opwerpen.
We verkozen kwaliteit boven zekerheid.

Ons ontwerpteam stelde voor om het nieuwe programma niet te integreren in de bestaande loods, maar om voluit te gaan voor een nieuwbouwscenario waarin de parameters en potenties beter zouden kunnen worden uitgespeeld, om zo de volgende garanties te kunnen bieden:

  • een veilige, functionele en beheersbare organisatie van het terrein ten dienste huidige en toekomstige activiteiten;
  • een structureel efficiënt project;
  • een budgettair efficiënt project;
  • een project dat het comfort en het welzijn van zijn eindgebruikers voor ogen houdt;
  • een energie-efficiënt project;
  • een project dat representatief is en het nieuwe elan van het bedrijf kan onderstrepen;
  • een project dat toekomstige uitbreidingsmogelijkheden in rekening brengt;
  • een project dat de bestaande groene ruimte bewaart, opwaardeert, en activeert.

De jury hield vast aan het uitgangspunt “verbouwen”.
Met een gerust geweten, blikken we alstoch tevreden terug.

Als sportieve verliezer feliciteerden we de laureaat.
Helaas zag onze confrater het winnend ontwerp niet uitgevoerd. De opdrachtgever zag finaal af van de eigen uitgangspunten en betrok een kantoor op een andere locatie.